Pensioen en vrijwilligerswerk

Artikel Einolf babyboomersIn een post over keerpunten en vrijwilligerswerk kwam de invloed van een keerpunt als een kind of een scheiding op het doen van vrijwilligerswerk aan de orde. Met deze post is er aandacht voor de invloed van pensioen. Met de grote groep babyboomers die eraan begint te komen is dat van belang voor een schatting van het toekomstige aantal vrijwilligers.

Wat het effect is van met pensioen gaan is niet gemakkelijk te voorspellen: aan de ene kant krijgen mensen meer tijd – en dus ook meer mogelijkheden voor vrijwilligerswerk -, maar aan de andere kant gaat een groot deel van het netwerk van mensen door het stoppen met werken verloren. Beide aspecten spelen een belangrijke rol en compenseren elkaar grotendeels. Pensionados doen dus gewoonlijk niet veel meer aan vrijwilligerswerk dan ongeveer even oude nog-niet-gepensioneerden. Als ze het wel gaan doen, doen ze het meestal met inzet van meer tijd. Voorspellen is daarmee lastig – vooral nu het om de toekomst gaat – en daarom heeft Christopher Einolf zijn onderzoek in de VS gericht op twee vragen:

  1. Hoe zit het met het doen van vrijwilligerswerk in de drie opeenvolgende generaties ouderen? Verschillen de opeenvolgende generaties in percentage vrijwilligers en uren?
  2. Gaat ‘onze’ pensioengerechtigde generatie, de baby-boomers, nu dan meer of minder doen aan vrijwilligerswerk dan vroegere generaties?

Het antwoord op de eerste vraag was relatief eenvoudig te vinden in al beschikbare gegevens. Mensen geboren tussen 1926 en 1935 – voor het gemak maar even de vooroorlogse generatie – deden minder aan vrijwilligerswerk dan de stille generatie – geboren tussen 1936 en 1945 – en die deed weer minder vrijwilligerswerk dan ‘onze’ babyboomgeneratie – geboren tussen 1946 en 1955. Dit natuurlijk gebaseerd op hun gedrag op dezelfde leeftijd en daarom in verschillende ijkjaren. Dat vroeger alles beter was kan voor een heleboel dingen waar zijn, maar dus niet voor vrijwilligerswerk – in ieder geval niet in de VS.

Het wordt dus allemaal steeds beter. Dan de tweede vraag: wat mogen we van de babyboomers verwachten? Daarvoor keek Einolf naar een aantal factoren die het doen van vrijwilligerswerk voorspellen. Dat waren er negen: nu-al-vrijwilligerswerk-doen, religieuze giften, niet-religieuze giften, opleiding, gezondheid, kerkgang, gerichtheid-op-welzijn-van-anderen, algemeen vertrouwen en bijwonen-van-bijeenkomsten. Einolf onderzocht hoe de stille generatie en de babyboomers scoren op die voorspellende factoren. We weten uit ervaring wat de resultaten voor de stille generatie waren, dus de vergelijking van de factoren geeft informatie over wat verwacht kan worden van de babyboomers.

En daar wordt het weer moeilijk: de babyboomers scoren hoger op de twee belangrijkste factoren, nu-al-vrijwilligerswerk-doen en opleiding, en lager op religieuze giften en kerkgang. Na wat statistische bewerkingen komt Einolf tot de conclusie dat bijna 50% van de babyboomers vrijwilligerswerk gaat doen (was 49% bij de stille generatie) en dat ze ook bijna een uur per maand meer aan hun vrijwilligerswerk zullen besteden. Er komen dus meer vrijwilligers aan en ze zullen meer uren gaan leveren.

Het belangrijkste effect is volgens Einolf niet zozeer dat het percentage of het aantal uren stijgt, hoewel dat dus wel uit zijn onderzoek blijkt. Het grote aantal aanstormende babyboomers, de simpele demografie, zal ook zorgen voor veel meer uren vrijwilligerswerk. Daarbij komt dan nog eens dat die gepensioneerden langer gezond zullen blijven dan ooit. Dat zou nog extra versterkt kunnen worden door het parttime blijven werken van babyboomers – meer vrije tijd, nog steeds goed netwerk – en door een andere kijk op het pensioen. Vroeger een tijd om bij te komen van een werkzaam leven, nu een tijd voor plezier en actieve vrijetijdsbesteding.

Samengevat:
Er lijkt alle reden te zijn om aan te nemen dat de babyboomers de nodige extra uren vrijwilligerswerk zullen gaan meebrengen. Zeker als de arbeidsmarkt ze kan verleiden om parttime te blijven werken! Zit het toch weer eens mee.

Christopher J. Einolf, Will the Boomers Volunteer During Retirement? Comparing the Baby boom, Silent, and Long Civic Cohorts. Nonprofit and Voluntary Sector Quarterly 2009; 38; 181.

Delen helpt!
Dit bericht is geplaatst in vrijwilligerswerk met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.

2 reacties op Pensioen en vrijwilligerswerk

  1. Pingback: Ouderen en vrijwilligerswerk | CIVIL SOCIETY 010

  2. Pingback: Leeftijd, pensioen, gezondheid en vrijwilligerswerk | CIVIL SOCIETY 010

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *